Volksliederen

Informatie over het Wilhelmus, Grunnens Laid en Pekelder Volkslied

Het Wilhelmus
Het Wilhelmus telt vijftien coupletten, waarvan de eerste letters samen de naam WILLEM VAN NASSOV vormen. Meestal worden het eerste en het zesde couplet gezongen (zie blauwe tekst). Het is voldoende deze te leren zingen. Het Wilhelmus is aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog geschreven. Het was een eerbetoon aan Prins Willem I van Oranje-Nassau de leider van het Nederlandse verzet tegen de Spaanse overheersing. Philip van Marnix, heer van Sint Aldegonde (ca. 1538-1598) wordt algemeen beschouwd als dichter van de Nederlandse tekst. Hij was de secretaris van Prins Willem I.

Het is belangrijk het Wilhelmus goed te begrijpen om misverstanden te voorkomen: Als we zingen “Ben ick van Duytschen Bloedt” betekent dat niet dat wij, die het zingen van duitsen bloed zijn, maar prins Willem, waarover het lied gaat. Hij is immers op kasteel Dillenburg in het Duitse Nassau geboren. Het Vaderland is Nederland en onverveert betekent zonder vrees. Dat hij de Koning van Spanje altijd geëerd heeft klopt omdat hij Koning Karel V van Spanje als zijn beschermheer beschouwde en hem op handen droeg. Pas met de zoon van Karel, de latere Filips II, kreeg Prins Willem problemen en daarna nam Willem afstand van koning Filips II en Spanje. Dat resulteerde uiteindelijk in een onafhankelijke Republiek der Verenigde Nederlanden die de Vader des Vaderlands, zoals Prins Willem I wordt genoemd, zelf niet meer mocht meemaken.

Het Grunnens Laid
Dit is het volkslied van de provincie Groningen. De tekst is geschreven door Geert Teis Pzn. (1864-1945). De muziek is gemaakt door G.R. Jager (1877-1952). Het lied laat de rijkdom van Groningen en de provincie (het Ommeland) in al haar schakeringen tot uiting komen.

Het Pekelder Volkslied
De tekst is geschreven door de bekende Pekelder W.H. Bosgra en de muziek gecomponeerd door B.G. Meijer. In het lied komt de veenkoloniale geschiedenis van de Pekela’s naar voren met speciale aandacht voor Feiko Clock die in 1599 Pekela heeft gesticht bij de aanvang van de turfwinning. Shanty en Amusementskoor De Zwalkers heeft als eerste koor in 2008 het Pekelder Volkslied op een CD opgenomen in de Wedderwegkerk m.m.v. organist Vincent Hensen. Het volsklied is 4 stemmig bewerkt door dirigent Herman Koster. De CD is tijdens de donateursavond in november 2008 in dorpshuis De Snikke aangeboden door de toneelgroep van De Zwalkers aan burgemeester Meindert Schollema.


Vlag
image004                                               image002

Het wapen van Nederland De Nederlandse vlag                                De Nederlands vlag

De tekst van het Wilhelmus

Wilhelmus van Nassauwe
Ben ick van Duytschen Bloedt,
Den Vaderland ghetrouwe
Blijf ick tot inden doet;
Een Prince van Orangien
Ben ick vry onverveert.
Den Coninck van Hispangien
Heb ick altijt gheeert.

In Godes vrees te leven
Heb ick altijt betracht,
Daerom ben ick verdreven
Om Land, om Luyd ghebracht:
Maer Godt sal my regeren
Als een goet Instrument,
Dat ick sal wederkeeren
In mijnen Regiment.

Lijdt U, mijn Ondersaten,
Die oprecht zijn van aert,
Godt sal u niet verlaten
Al zijt ghy nu beswaert:
Die vroom begheert te leven,
Bidt Godt nacht ende dach.
Dat Hy my cracht wil gheven
Dat ick u helpen mach.

Lijf ende goed al te samen
Heb ick u niet verschoont,
Mijn Broeders, hooch van Namen,
Hebbent u oock vertoont:
Graef Adolff is ghebleven,
In Vrieslandt in den Slach,
Sijn siel int eewich leven
Verwacht den jonghsten dach.

Edel en Hooch gheboren
Van Keyserlicken stam:
Een Vorst des Rijcks vercoren,
Als een vroom Christen-man,
Voor Godes Woort ghepreesen,
Heb ick vrij onversaecht,
Als een helt zonder vreesen
Mijn edel bloet gewaecht.

Mijn schilt ende betrouwen
Zijt ghy, O Godt, mijn Heer.
Op U soo wil ick bouwen,
Verlaet my nimmermeer;
Dat ick doch vroom mag blijven
U dienaer t’aller stond
Die tyranny verdrijven,
Die my mijn hert doorwondt.

Val al die my beswaren,
End mijn vervolghers zijn,
Mijn Godt wilt doch bewaren
Den trouwen dienaer dijn:
Dat sy my niet verasschen
In haeren boosen moet,
Haer handen niet en wasschen
In mijn onschuldich bloet.

Als David moeste vluchten
Voor Saul den tyran:
Soo heb ick moeten suchten
Met menich edelman:
Maer Godt heeft hem verheven,
Verlost uit alder noot,
Een Coninckrijck ghegheven
In Israël, seer groot.

Na tsuer sal ick ontfanghen
Van Godt, mijn Heer, dat soet,
Daer na so doet verlanghen
Mijn vorstelick ghemoet,
Dat is, dat ick mag sterven
Met eeren, in dat velt,
Een eeuwich rijk verwerven
Als een ghetrouwe helt.

Niets doet my meer erbarmen
In mijnen wederspoet,
Dan dat men siet verarmen
Des Conincks landen goet,
Dat ud de Spaengiaerts crencken,
O edel Neerlandt soet,
Als ick daeraen ghedencke,
Mijn edel hert dat bloet.

Als een Prins opgheseten
Met mijnes heyres cracht,
Van den tyran vermeten
Heb ick den slach verwacht,
Die, by Maestricht begraven,
Bevreesde mijn ghewelt;
Mijn ruyters sach men draven
Seer moedich door dat velt.

Soo het den wil des Heeren
Op die tijt had gheweest,
Had ick geern willen keeren
Van u dit swaer tempeest:
Maer de Heer van hier boven
Die alle dinck regeert,
Die men altijt moet loven,
En heeftet niet begeert.

Seer christlick was ghedreven
Mijn princelick ghemoet,
Stantvastich is ghebleven
Mijn hert in teghenspoet,
Den Heer heb ick ghebeden
Van mijnes herten gront,
Dat Hy mijn saeck wil reden,
Mijn onschult doen oircont.

Oorlof mijn arme schapen,
Die zijt in grooten noot.
U Herder sal niet slapen,
Al zijt ghy nu verstroit:
Tot Godt wilt u begheven,
Sijn heylsaem woort neemt aen,
Als vrome Christen leven,
Tsal hier haest zijn ghedaen.

Voor Godt wil ick belijden
End sijner grooter macht,
Dat ick tot gheenen tijden
Den Coninck heb veracht:
Dan dat ick Godt den Heere,
Der hoochster Majesteyt,
Heb moeten obedieren,
In der gherechticheyt.

 


Vlag van Groningen

image006

 

 

De vlag van de provincie Groningen

De tekst van het Grunnens Laid

Van Lauwerzee tot Dollard tou,
Van Drente tot aan ’t Wad,
Doar gruit, doar bluit ain wonderlaand
Rondom ain wondre stad.
Ain Pronkjewail in golden raand
Is Grunnen, Stad en Ommelaand
Ain Pronkjewail in golden raand
Is Stad en Ommelaand!

Doar broest de zee, doar hoelt de wind,
Doar soest ’t aan diek en wad,
Moar rustig waarkt en wuilt het volk,
Het volk van Loug en Stad.
Ain Pronkjewail in golden raand
Is Grunnen, Stad en Ommelaand
Ain Pronkjewail in golden raand
Is Stad en Ommelaand!

Doar woont de dege degelkhaaid
De wille, vast as stoal,
Doar vuilt het haart, wat tonge sprekt,
In richt- en slichte toal.
Ain Pronkjewail in golden raand
Is Grunnen, Stad en Ommelaand
Ain Pronkjewail in golden raand
Is Stad en Ommelaand!


image008

 

 

Vlag Pekela

De tekst van het Pekelder Volkslied

Hoe eenzaam lag het woest oord
daar uitgestrekt in ’t rond.
Geen mensenstem werd er gehoord
op dien onvruchtb’ren grond.
De Pekel A doorsneed het land
met veen en hei bedekt.
Natuur werd door geen nijv’vre hand
uit hare rust gewekt.

Een and’re tijd brak eind’lijk aan
een toekomst, schoon en groot.
Ons mooie Pekela zou bestaan
t’was Clock, die dat gebood.
Vol moed het werk toen aangevat
het veen moest aan de snee.
De vlijt verwierf een groten schat
zij bracht de welvaart mee.

Een bloeiend landschap zag men dra
waar men het heikruid vond.
Een schone plaats werd Pekela
op dien ontgonnen grond.
Wij eren ’t moedig voorgeslacht
gehard in ’s levens strijd.
En putten uit hun voorbeeldskracht
aan groei en bloei gewijd.

Wij minnen ’t land uit niet gegroeid
de grond door ons bewoond.
Waar nijverheid naast landbouw bloeit
en fiere geestkracht troont.
Hoe of ’t ons in de wereld ga
geen liever plek op aard,
dan ’t land van ons mooie Pekela,
dat is ons alles waard.

Reacties zijn uitgeschakeld.